Frank S. Meyer

Liberty is the political end of man’s existence because liberty is the condition of his being. It is for this reason that conservatism, which in preserving the tradition preserves this truth, is only constant to itself when it is libertarian.

Frank Meyer speelde als politiek denker, gerespecteerd journalist, gevreesd polemist en kundig organisator een centrale rol binnen de Amerikaanse conservatieve beweging van de jaren vijftig en zestig. Voor latere generaties is hij zonder enige twijfel nog steeds van grote betekenis door de wijze waarop hij zijn bijdrage leverde aan het in die periode gevoerde debat tussen de traditionalistische en libertaire vleugel binnen de conservatieve beweging . Zijn poging om beide richtingen binnen een intellectueel aanvaardbare synthese met elkaar te verzoenen is de geschiedenis ingegaan als ‘fusionism’.

Frank S. Meyer werd geboren in 1909 in Newark, New Jersey, als enig kind van Duits-joodse ouders. Na enkele jaren aan de Universiteit van Princeton gestudeerd te hebben zette hij zijn studie in 1928 voort in Oxford, waar hij als velen van zijn generatie onder de bekoring van het communisme kwam. Veertien jaar lang vervulde hij kaderfuncties, eerst in de Britse, later in de Amerikaanse partij. Na zijn inlijving in het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog verwaterden zijn contacten met de partij en begon zich bij hem een proces van geestelijke en politieke heroriëntatie te voltrekken. Lezing van Hayeks Road to Serfdom speelde daarin een cruciale rol. In 1945 brak hij definitief met de partij. Later zou hij zijn ervaringen gebruiken bij het schrijven van het in 1961 verschenen boek The Moulding of Communists: The Training of the Communist Cadre.

Zijn pelgrimage naar Rechts bracht hem in 1955 bij het in dat jaar door William F. Buckley opgerichte conservatieve blad National Review. In dat blad zou hij vijftien jaar lang onder de kop Principles and Heresies een spraakmakend commentaar schrijven. Een uitvoerige selectie uit zijn journalistieke werk is te vinden in de in 1969 verschenen bundel The Conservative Mainstream. Zijn geweldige eruditie drukt zich hier uit in een indrukwekkende stroom commentaren en recensies op het gebied van de politieke filosofie, de buitenlandse politiek, de toestand in de communistische wereld, de Amerikaanse politieke traditie, maar ook over de toekomst van de Republikeinse partij, de toestand van het Amerikaans onderwijs, moreel verval, enz, enz. In 1962 verscheen In Defense of Freedom: A Conservative Credo, een boek dat Meyer als zijn hoofdwerk beschouwde. Hier werkte hij de stelling uit dat de beoefening van de deugd weliswaar het centrale doel is in ieder volwaardig mensenleven, maar dat deugdbeoefening slechts mogelijk is in een klimaat van vrijheid. Centraal in de politiek moet niet het stimuleren van deugdzaamheid staan, maar het scheppen en onderhouden van een zo groot mogelijke vrijheid. In deze samenhang probeerde hij aan te tonen dat traditionalisten en libertaire conservatieven weliswaar verschillende accenten leggen, maar wezenlijk tot dezelfde traditie behoren. Twee jaar later verscheen onder zijn redactie de bundel What is Conservatism?, waarin twaalf conservatieve denkers van zeer diverse pluimage, van Russell Kirk tot F.A. Hayek, antwoord gaven op de door hem voorgelegde vraag. Veel artikelen van blijvende waarde zijn terug te vinden in de jaargangen van het traditionalistische kwartaalblad Modern Age, waarvan hij lange tijd redactieraadslid was.

Ook op organisatorisch gebied leidde hij een druk leven. Hij adviseerde The Young Americans for Freedom, was betrokken bij de oprichting van de American Conservative Union en de Conservative Party in de staat New York (in het midden van de jaren zestig voerde Buckley voor die partij een geruchtmakende verkiezingscampagne voor het burgemeesterschap van de stad New York). Hij was een van de oprichters van de Philadelphia Society, lid van de American Political Science Association en voorzitter van de U.S. Chess Federation. Hij woonde in Woodstock, een stadje dat enkele jaren na zijn dood om geheel andere redenen bekend zou worden. Daar vond hij ook nog de tijd de schoolopleiding van zijn kinderen zelf ter hand te nemen. Hij overleed in het voorjaar van 1972. Op de laatste dag van zijn leven liet hij zich opnemen in de rooms-katholieke kerk.

Literatuur

In Defense of Freedom, aangevuld met een selectie uit zijn beste essays uit Modern Age en de National Review is verkrijgbaar bij Liberty Fund, Indianapolis onder de titel: In Defense of Freedom and Related Essays. De hoofdlijnen van het boven aangeduide debat vindt men beschreven in hoofdstuk 6 van The Conservative Intellectual Movement in America van George H. Nash (Basic Books, New York). De hoogtepunten uit het debat zelf zijn verzameld in de door George W. Carey geredigeerde bundel Freedom and Virtue. The Conservative/Libertarian Debate (Wilmington, Delaware, 1998). Een biografie over Meyer is nog niet geschreven. Een korte schets van zijn leven is te vinden in: Edwin J.Feulner Jr, The March of Freedom (Dallas 1998, een uitgave van Heritage Foundation). Een mooie persoonlijke herinnering aan Meyer is te vinden in Gary Wills’ in 1979 verschenen Confessions of a Conservative (Penguin Books), p.38–48.

Comments are closed.